Column Liesbet van Zoonen

Wat maakt de universiteiten kapot?

Column Liesbet van ZoonenColumn

Door Liesbet van Zoonen

De afgelopen maanden verscheen het ene na het andere bericht in de krant over misstanden aan de universiteit: vrouwen hebben meer dan elders te maken met mannelijke collega’s die hun seksueel lastig vallen; 40 % van de werknemers van de universiteiten zegt wel eens gepest of geintimideerd te zijn; een hoogleraar aan de UvA werd pas na twintig jaar misbruik van studentes en jonge collega’s ontslagen. En onlangs werd oud-rector van de UvA Dymph van den Boom aan de publieke schandpaal genageld omdat ze onzorgvuldig met haar verwijzingen is geweest.
 Wie zich afvroeg waar dat nieuws ineens vandaan kwam, stuitte op een afrekening in het circuit. Van den Booms interim-decanaat bij de geesteswetenschappen van de EUR was een aantal mensen in het verkeerde keelgat geschoten, zoals de universiteitsbladen van de UvA en de EUR haarfijn reconstrueerden. Het CvB van de EUR stelde naar aanleiding van die analyse een onderzoekscommissie in om de 'angstcultuur' op de betreffende faculteit te onderzoeken. En dit is alleen nog een lijstje uit de openbaarheid; we weten allemaal nog meer.
 Wat is er in vredesnaam op de universiteiten aan de hand? Zijn academici naar-het-slechte-geneigde mensen? Het moet gezegd dat je in de huidige academie een behoorlijk egocentrische, monomane werkstijl nodig hebt. Status of aanstelling krijg je alleen als je een prestigeuze individuele beurs hebt gehaald. Uitstekend teamwerk, excellent onderwijs of doorslaggevende maatschappelijke relevantie wegen daar niet tegenop. Daar klaagt iedereen al jaren over, maar veel verandert er niet. Tel daarbij op dat anonieme afwijzing de normale persoonlijke ervaring is op de universiteit: anonieme afwijzing van je onderzoeksaanvraag, anonieme afwijzing van je artikel en anoniem gemopper van studenten op je onderwijs.
 Ik heb ze wel eens alledrie op één dag gehad en ben toen voortijdig naar huis gegaan. Geen wonder dat één op de vier promovendi mentale problemen ervaart. Bovendien worden we niet alleen persoonlijk afgewezen. Terwijl we ons met zijn allen naar de luimen van de maatschappij draaien (323 voorstellen voor de Nationale Wetenschapsagenda van 2018, 17 gehonoreerd), zegt die maatschappij vaak keihard dat ze ons niet geloven. Opeenvolgende regeringen laten de universiteiten meedogenloos vallen; zelfs de recente investering in de betawetenschappen gaat ten koste van alle andere disciplines.
 Voor die permanente afwijzing en de afwezigheid van maatschappelijke en beleidsmatige steun, zoeken we met zijn allen slechte en goede persoonlijke oplossingen: een nare hoogleraar eigent zich nog wat macht toe door zijn promovendi te pakken; een leuke hoogleraar creëert tijdelijke veilige plekken voor zijn eigen mensen; wie zich gekrenkt of niet gehoord voelt, mag naar een vertrouwenspersoon, een enkeling stapt naar een journalist. De CvBs stellen onderzoekscommissies in en schipperen verder. Het is alsof je negentiende-eeuwse fabrieksarbeiders probeert te helpen met een weerbaarheidstraining.
 We weten allemaal dat de problemen structureel zijn, we kunnen desalniettemin alleen maar individuele, ad-hoc maatregelen nemen. Dat heeft een hele giftige cocktail opgeleverd die nog veel meer slachtoffers gaat maken. Ik raad mijn junioren daarom inmiddels een universitaire carrière af, maar daar waren de meesten zelf al achter.

Beeld: Pixabay.com